Mark Boog - Het lot valt altijd op Jona

Drie weken ziekenhuis

Zeven jaar is Jonas, en hij is een gezond en sprankelend kind. Maar dan wordt hij van de ene op de andere dag doodziek, en wordt door onverklaarbare oorzaak geteisterd door helse pijnen, schokken en afschuwelijk jeukende huidirritatie die zijn gezicht in een bloederig slagveld veranderen, en buien van complete waanzin. Radeloos kijken zijn ouders Sandra en Daan en de artsen in het kinderziekenhuis toe hoe zijn toestand achteruitgaat en Jonas op het randje van de dood verkeert.
De nieuwe roman Het lot valt altijd op Jona van Mark Boog (1970) vertelt het verhaal van Jonas’ ziekenhuisopname en de drie weken onzekerheid en spanning die daarop volgen. Toch is de echte hoofdpersoon eigenlijk niet Jonas zelf, maar zijn moeder. Sandra is een bezorgde, om niet te zeggen óverbezorgde moeder die zich als een kloek ontfermt over haar kind. Terwijl Jonas’ raadselachtige, angstwekkende aanvallen toenemen en hij steeds meer richting de dood kruipt, groeit haar machteloosheid en schuldgevoel. Geen twee minuten mag Jonas alleen zijn.

Ergernis

De kwellende ongerustheid en onzekerheid – de doktoren weten niet waardoor Jonas’ klachten worden veroorzaakt en lijken in de ogen van Sandra en Daan maar wat aan te klooien – zetten vader, maar vooral moeder onder grote druk. Sandra ergert zich overal aan: aan de verplegers, de artsen, het eten, en het meeste nog aan haar echtgenoot. Vanaf het moment dat ze in het ziekenhuis zijn, komt geen vriendelijk woord over haar lippen. Ze kat Daan af en heeft kritiek op alles wat hij zegt en doet. Probeert hij de moed erin te houden, dan is-ie te nonchalant en ziet hij de ernst van de zaak onvoldoende in, laat hij zijn tranen een keer de vrije loop, dan vindt ze hem een slappeling. Ook haar gedachten over hem zijn louter negatief.
Dit kan niet uitsluitend het gevolg zijn van de opname van Jonas, denkt de lezer intussen. Die leest niet alleen een verslag van een ziekteproces, maar ook van de teloorgang van een huwelijk. Want hoewel Daan, Sandra en Jonas aan het einde van het boek gedrieën het ziekenhuis verlaten, lijkt dit huwelijk zijn beste tijd wel te hebben gehad.

Perspectief
Wat zou Boog hebben beoogd met de keuze voor het perspectief van Sandra? Dat je je in haar inleeft of dat je medelijden krijgt met Daan? Doordat ze van meet af aan zo ontzettend geërgerd, onredelijk en onvriendelijk doet, roept Sandra niet heel veel sympathie op.
Dosering is sowieso een zwak punt van deze roman. De irritaties van Sandra, de beelden die zij heeft van het ziekenhuis als een groot monster dat Jonas heeft opgeslokt, de medische toestanden – steeds opnieuw passeren ze de revue. Ze onderstrepen daarmee weliswaar de vreemde sleur die tijdens zo’n ziekenhuisverblijf ontstaat – wéér een kop vieze koffie in het restaurant – , maar om er een mooi verhaal van te maken was minder beter geweest. De ontknoping daarentegen gaat juist weer erg snel; het ene moment lijkt het nog alsof Jonas doodgaat, de dag erna is hij aan de beterende hand en wordt zijn herstelproces in nog geen twintig pagina’s samengevat.
Als een kind ernstig ziek wordt en bijna sterft, is dat een zeer ingrijpende gebeurtenis. En een prachtig onderwerp voor een roman. Maar grootse literatuur heeft dat in het geval van Het lot valt altijd op Jona helaas niet opgeleverd.

Vivian de Gier

Mark Boog, Het lot valt altijd op Jona
paperback, 256 blz, € 19,90
Cossee, ISBN 978 90 593 6320 5